Het Broekje Van Jantje
Zangeres Zonder Naam
C
(início)
C G C G
Verse 1
C C Er was eens 'n haveloos ventje, C G die vroeg aan z'n moeder 'n broek. G G Maar moeder verdiende geen centjes G C en vader was wekenlang zoek. C G Ach, moedertje, geef me geen standje, C G er zit in m'n broekie 'n scheur; Am C de jongens op school roepen: "Jantje, C G C G C G jouw billen die zien we d'r deur".
Verse 2
C C De moeder werd ziek van de zorgen, C G lag stil en bedrukt in 'n hoek; G G geen mens die haar centen wou borgen G C en Jantje vroeg toch om z'n broek. C G Toen heeft ze haar rok uitgetrokken, C G de enigste die ze bezat, Am C en maakte van stukken en brokken C G C G C G 'n broek voor haar enigste schat.
Verse 3
C C Nu konden ze Jantje niet plagen, C G nu waren z'n billen niet bloot, G G maar voor hij z'n broekie kon dragen G C ging moeder van narigheid dood. C G Ze stierf van 't sjouwen en slaven, C G vervloekt en verwenst door haar man. Am C Toen Jantje haar mee ging begraven C G C toen had ie z'n broekie pas an.
Cifra adaptada de fontes públicas. Direitos da composição pertencem aos autores e gravadoras originais. Esta página é parte do projeto educacional Mania de Músico.

